Taal op de werkvloer
Nederlands leren vanuit de dagelijkse praktijk · 2 × 1,5 uur per week · 3 maanden per module |
Taal op de Werkvloer is het praktijkgerichte programma voor medewerkers met een niet-Nederlandse achtergrond die werkzaam zijn in de levensmiddelenindustrie. De doelgroep bestaat vooral uit laag- en middelbaar opgeleide medewerkers die kort of al langer in Nederland wonen en werken, maar de taal nog onvoldoende beheersen om veilig en zelfstandig te functioneren.
De Nederlandse taal wordt niet alleen uit een lesboek geleerd, maar toegepast in herkenbare werksituaties: instructies begrijpen en geven, overleggen in de ploeg, vragen stellen, afspraken maken, veiligheidsvoorschriften opvolgen, problemen melden en contact houden met leidinggevenden. Werkprocessen uit uw eigen organisatie vormen het uitgangspunt. Daardoor is de stap van leren naar gebruiken klein.
Opbouw van het programma
Het programma bestaat uit een basispakket van drie maanden, gevolgd door verdiepingsmodules van eveneens drie maanden. Zo ontstaat een doorlopende leerlijn van maximaal twaalf maanden. Werkgevers kiezen de combinatie die past bij functie en leerbehoefte. Wij adviseren minimaal het basispakket plus de eerste verdiepingsmodule. Na evaluatie van de eerste zes maanden volgt de keuze voor module 3 en 4.
In het basispakket is ongeveer 50 tot 75 procent van de lestijd gericht op algemene Nederlandse taalvaardigheid. De overige tijd gaat naar eenvoudige communicatie op de werkvloer. In de vervolgmodules verschuift het accent naar vaktaal, werkprocessen, veiligheid, kwaliteitszorg, samenwerken en klantcontact.
De vier modules
|
Module |
Niveau |
Hoofdaccent |
|
1. Basis Nederlands op de werkvloer |
A0 → A1 |
Algemene taal 75% · werkvloer 20% · digitaal 5%. Eerste woordenschat, eenvoudige gesprekken, digitale leeromgeving. |
|
2. Taal in de beroepspraktijk |
A0 / A2 |
Algemene taal 40–50% · werkvloer en vaktaal 40–50% · digitaal 10%. Veiligheidsinstructies, communicatie met collega’s en leidinggevenden. |
|
3. Vaktaal en werkprocessen |
A1 / A2 |
Algemene taal 25–40% · vaktheorie en processen 45–60% · digitaal en AI 15%. Procedures, kwaliteit, klantcontact, schriftelijke instructies. |
|
4. Zelfstandig functioneren |
A2 / B1 |
Algemene taal 15–35% · complexe beroepscommunicatie 45–65% · digitaal, AI en toetsing 20%. Overleggen, rapporteren, instructies geven en ontvangen. |
Inhoud van de lessen
Deelnemers leren mondelinge en schriftelijke instructies begrijpen, gesprekken voeren met collega’s en leidinggevenden, eenvoudige documenten lezen en korte berichten schrijven. Onderwerpen als veiligheid, hygiëne, kwaliteit, productie, logistiek, samenwerken, planning en communicatie op de werkvloer zitten in de taalopdrachten verwerkt. Zo leren zij niet alleen Nederlands, maar ook de vaktaal van uw organisatie.
Toetsing en begeleiding
Elke module wordt afgesloten met toetsen. Deelnemers ontvangen een certificaat van deelname en een overzicht van de toetsresultaten. Per lesgroep werkt een vaste docent het hele traject. Een trajectbegeleider heeft maandelijks contact met deelnemer en bedrijf. Eens per kwartaal volgt een evaluatiegesprek over de voortgang en de impact op het dagelijks functioneren. Bij projecten op de werkvloer kan extra een taalcoach worden ingezet.
Dit merkt u op de werkvloer
- Instructies en veiligheidsregels worden beter begrepen.
- Minder fouten, misverstanden en kwaliteitsrisico’s.
- Medewerkers werken zelfstandiger en doen actiever mee aan overleg en scholing.
- Nieuwe internationale collega’s zijn sneller ingewerkt.
Ook iets voor uw organisatie?
Wilt u de taalvaardigheid en betrokkenheid van uw medewerkers versterken? Neem gerust contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek. Samen zoeken we naar een traject dat past bij uw wensen en die van uw team.
Wilt u ook investeren in de taalvaardigheid van uw medewerkers? Neem dan contact met ons op via 06 47044753 of info@taalned.nl